Normale stijl
Lichte stijl
  • Actueel
    • Nieuws
    • Agenda
    • Speurtocht naar de hamer...
    • Fotowedstrijd 7e lustrum
  • Vereniging
    • Over de ESAC
    • About ESAC
    • Het bestuur
    • Lid worden
    • Contact
  • Media
    • Fotogalerie
    • Filmgalerie
    • Zekeringen
    • MusketOnline
    • Musketon
    • Nieuwsbrieven
    • Forum
  • Voor leden
    • Ledenlijst
    • Commissies
    • Trainingsoverzicht
    • Cursusoverzicht
    • Opleiding
    • Bibliotheek
    • Info voor leden
    • Klimweekenden
    • Feitjes & Gebruiken
    • Tradities
  • Profiel
    • Userpagina
    • Mijn gegevens
    • Mijn foto's
    • Mijn bestanden
    • Mijn homepage
  • Help
User: [inloggen]
Je bevindt je hier: ESAC » Musketon » Juni 2003 » Sierra Nevada

Wandelen in de Spaanse Sierra Nevada

Adèle Ronda

Het begint al goed. In Trevélez kunnen we het beginpunt van de trekking niet vinden. Oké, we weten dat we langs de Rio Trevélez zouden moeten lopen, maar het pad dat daar loopt is afgezet met prikkeldraad en loopt over privé terrein. Het volgende pad dat we uitproberen is een doodlopend pad dat eindigt bij een huisje. Weer een ander pad buigt af naar de verkeerde kant. En zowaar, na een kwartiertje zoeken zitten we op een pad dat bij de rivier uit komt. Een tijdje later lijkt het pad links van de rivier plotseling op te houden, maar geen nood, er is een bruggetje en rechts van de rivier gaat een duidelijk pad verder. Helaas buigt dit van de rivier af. Weer terug dus. Over een modderig steil paadje worstelen we ons door dichte begroeiing. Het dalletje waar we doorheen lopen is erg vochtig en mede daardoor zijn er veel bomen, struiken in bloei en allerlei fleurige bloemetjes. Het is niet zo kaal en dor als we gedacht hadden. Ondanks dat we nog dicht bij de bewoonde wereld zitten, komen we die eerste wandeldag nauwelijks mensen tegen, alleen twee andere wandelaars en een boer te paard. Rond etenstijd zien we een terrasvormig veld dat ons heel geschikt lijkt om een vlakke overnachtingsplek te vinden. Overal stroomt water. We moeten van graspol naar graspol stappen om de voeten droog te houden. Nergens een droge vierkante meter te vinden. We vinden uiteindelijk een grote platte steen waar de tent op past. Hoog en droog. 's Avonds luisteren we naar de kabbelende beekjes en de fluitende vogels, zien de lucht in diverse tinten oranje en paars kleuren en komen helemaal tot rust.

Roland kreeg voor vertrek last van maagkrampen, diarree en koorts. We hadden de vakantie bijna moeten cancellen, maar nadat de koorts verdwenen was besloten we toch in het vliegtuig te stappen. Gisteren was het met drie uurtjes wandelen een rustdag, maar vandaag hopen we toch wat meer kilometers af te kunnen leggen. Roland voelt zich niet optimaal na een nacht wakker liggen van de maagkrampen en twee dagen nauwelijks eten. Ik neem wat kilootjes uit de rugzak van Roland over, wat er op neer komt dat onze beide rugzakken nu tegen de 20 kilogram wegen. In een gestaag tempo vervolgen we het pad, wat inmiddels meer op een riviertje lijkt dan op een pad. Van steen naar steen balancerend banen we ons een weg door de nattigheid. De beschrijving in het Cicerone wandelgidsje luidt als volgt: 'From Trevélez, ascend the valley of the Rio Trevélez to the junction with the Rio Juntillas then ascend the valley of the Juntillas to the forest limit.' Over deze ene simpele zin doen wij anderhalve dag! We komen diverse obstakels tegen waar het gidsje geen melding van maakt. Eén van de vele obstakels is dat het pad ophoudt te bestaan en dat we over steile, met struikjes en heide begroeide, hellingen moeten traverseren. De rivier heeft een diepe kloof uitgesleten en is niet overal makkelijk te volgen. De kaart biedt ook geen assistentie bij het zoeken naar de optimale struinroute, want volgens de kaart bestaan er geen loodrechte rotswanden waar je tegenaan loopt of riviertjes waar je overheen moet. Een ander obstakel is een hek van prikkeldraad en daarachter een heleboel indrukwekkend uitziende koeien en stieren. Het is best vreemd om zo ver van de bewoonde wereld een stel koeien tegen te komen en het is ook best vreemd dat die beesten probleemloos over zulke steile hellingen banjeren. Hier komt dus die beroemde overheerlijke Trevélez ham vandaan. We doen de rugzak af en wurmen ons onder het prikkeldraad door. De koeien kijken ons dom aan (ooit een koe slim zien kijken?) maar ze doen ons gelukkig niks. Tijdens het struinen over de helling kom ik met mijn been in een prikkelstruik terecht. Gewoon het geprik negeren en doorlopen, denk ik in eerste instantie. Bij iedere stap blijft het prikken. Hm, ik zie allemaal stekeltjes in mijn broek zitten. Nadat ik de stekeltjes uit de broek gehaald hebt, blijft het echter nog steeds prikken. Ik doe dan toch maar even de broek uit en zie allemaal stekeltjes in mijn been, sommige zitten inmiddels een centimeter diep. Na het verwijderen van de stekels voel ik me duizelig en misselijk; ik kan niet tegen bloed en de combinatie van bloed, pijn en de zinderende hitte wordt me even te veel. Na wat rusten en drinken gaat het gelukkig weer goed en kunnen we verder lopen.

Een best wel groot obstakel vormt de brede wilde rivier die we al een tijd aan het volgen zijn. We moeten deze rivier oversteken om bij Laguna de Vacares uit te komen, maar er is in de verste verte geen brug te bekennen. De schoenen gaan uit en we waden door de sterk stromende rivier. De wandelstokken komen erg goed van pas om balans te houden. Af en toe ga ik op een hoge droge steen staan om mijn voeten weer te laten opwarmen, want het smeltwater is steenkoud. Na deze rivieroversteek moeten we een paar honderd hoogtemeters stijgen. Al snel wordt het landschap kaal en lopen we over eenvoudig blokkenterrein en af en toe een sneeuwveldje omhoog. Het lijkt hier op de Oost Alpen, maar dan ongerepter. Roland krijgt weer last van maagkrampen en voelt zich slapper worden, maar er is op de helling nergens een bivakplekje te vinden dus we moeten doorlopen tot het meer. Het laatste stukje loop ik vooruit en ga ik vervolgens terug om Roland's rugzak over te nemen. De beloning van deze zware dag is een prachtige kampeerplek op 2800 meter hoogte aan een idyllisch azuurblauw meertje. Het meertje is nog deels met ijs bedekt, terwijl het toch zo'n 15 graden is overdag.

De derde wandeldag mogen we over sneeuwveldjes banjeren en over rotsgraadjes klauteren. Roland voelt zich vandaag weer beter en bovendien voelt hij zich in dit alpien terrein als een vis in het water. De rugzakken worden vandaag weer verdeeld naar evenredigheid van lichaamsgewicht. We beklimmen de Puntal de Vacares (3136 m.). Op de top zitten we heerlijk in het zonnetje van het Aldi tochtenvoer te genieten en genieten we van het weidse uitzicht. We vervolgen de graad naar Puntal de El Goteron. We staan voor de noord-oostgraad van de Alcazaba en besluiten deze berg rechts te laten liggen. Het wandelgidsje schrijft dat de minder ervaren wandelaar, of de wandelaar die niet houdt van steile passages, deze berg beter vanaf de zuidzijde kan beklimmen in plaats vanaf de noordoostzijde. Dit is Engelse humor en nogal een understatement. Deze NO-graad zou in een Zwitsers gidsje als serieuze ZS tour getypeerd worden, met een beschrijving van alle te beklimmen of omzeilen torentjes, waarvan niemand op het idee zou komen om dit zonder touw te proberen. We dalen een klein stukje af en moeten vervolgens een kilometer of vier gaan traverseren. Het is uit het gidsje en kaart wederom niet op te maken of we beter iets meer kunnen afdalen, want daar lijkt het terrein iets vlakker, of dat we toch op hoogte moeten blijven om niet onnodig veel hoogtemeters te verliezen. De omstandigheden zijn nu heel anders dan in de zomer, omdat er nog erg veel sneeuw ligt. Soms zit er heel onverwachts onder de papperige sneeuw een gladde ijslaag. Met een paar keer schoppen ben je wel door de ijslaag heen, dus echt problematisch is dit niet, maar de ijzige steile sneeuwvelden kosten ons wel erg veel tijd. Mijn afgetrapte B-schoenen zijn niet helemaal gebouwd op dit terrein. Ze blijken zo lek als een zeef te zijn. En na paar sneeuwveldjes fanatiek schoppen zijn mijn tenen helemaal beurs geworden. Het valt best tegen om op een 1:50.000 kaart te lopen als je 1:25.000 gewend bent. Het terrein is ook overal lastiger dan op de kaart ingetekend is. Er lijkt maar geen einde aan de etappe te komen. De omgeving is wel mooi en ruig. We zien onderweg regelmatig een paar ibexen rondhuppelen, een soort steenbokken. Vlakbij ons kampeerplekje zien we voor het eerst markeringen en paden, we geloven onze ogen niet. We overnachten wederom op een droomplek aan een meertje, Laguna Hondera, aan de voet van de Mulhacén.

Door de steile puinhelling naar de zuidoost graad van de Mulhacén loopt een pad, ondanks dat dit niet de normaalroute van de berg is. Mulhacén is met zijn 3482 meter de hoogste berg van het vaste land van Spanje, wat zijn populariteit verklaart. Het pad maakt het lopen zoveel makkelijker dan het lopen door los puin. Binnen twee uurtjes staan we op de hoogste berg van Spanje. Het is vandaag kouder dan de voorgaande dagen, op de top ongeveer 7 graden, maar het is vooral de gure wind die het frisjes maakt. Uitgedost met muts, handschoenen, goretex jas en fleece trui zitten we op de top te lunchen. En dat terwijl de ESAC-ers op datzelfde moment in Bleau uit de routes zweten of in de Seine zwemmen…. De afdaling aan de westzijde van de berg naar de Mulhacén pas en Ref. Vivac de la Caldera verloopt eveneens probleemloos. De steile sneeuwvelden zijn gelukkig te omzeilen. Er is echter nog geen reden voor optimisme. De traverse van ruim 6 kilometer lang naar de Veleta is heel eenvoudig in de zomer en najaar. Hier loopt een breed vlak pad, waar een auto met 4WD overheen zou kunnen rijden en wat vast leuk mountainbiken is. Maar zo vroeg in het seizoen, 31 mei om precies te zijn, is dit pad nog bedekt met een flinke laag sneeuw. Dus dat wordt urenlang sneeuwstampen in een alpine omgeving. Aangezien mijn voeten gisteren enige schade opgelopen hebben, waaronder een dikke teen die anderhalf keer zo dik is geworden dan normaal, mag Roland alles sporen. Nu zijn ons weliswaar een stel Spanjaarden voor geweest, maar het aangelegde spoor lijkt door een stel dronkelappen te zijn aangelegd. De stappen veranderen in sprongen zodra de helling wat steiler wordt, want dan vinden ze het zo spannend dat ze maar gaan rennen. Ook gaat het spoor meters omhoog om even later weer meters omlaag te gaan. Hoewel de Spanjaarden die we tegen komen niet erg stabiel op hun voeten staan, hebben ze vreemd genoeg wel allemaal stijgijzers en een pickel. Sommigen dragen een korte broek, omdat ze een lange broek nou eenmaal nooit nodig hebben in het warme Spanje, terwijl ik vandaag best blij ben met de lange thermo-onderbroek onder de trekking broek. Ook zien we iedereen met een soort kerstboomrugzak lopen; mokje, bakje, drinkfles, regenjas en slaapmatje bungelen aan de buitenzijde van de te kleine rugzak. Maar goed, wij doen het ook niet helemaal volgens de boekjes. We gebruiken beiden een wandelstok in plaats van een pickel en dragen geen stijgijzers. Roland ondervindt empirisch maar niet geheel vrijwillig dat die wandelstok prima werkt als rem, wanneer hij op een steil ijzig stukje van ongeveer 40 graden uit glijdt.

Ondanks dat we de Mulhacén zo vlot op- en afgewandeld zijn, zijn we uiteindelijk toch 8 uur onderweg geweest als we op de bivakplek aan de voet Veleta aankomen. We bestuderen alvast de route voor de volgende dag; als we de steile en met sneeuw bedekte graad bekijken, dan zijn we het er snel over eens dat we die route zonder stijgijzers en pickel niet willen doen. Bovendien zou deze route twee dagen in beslag nemen, waardoor er geen tijd over blijft om toeristje te spelen in Granada. We besluiten de route in te korten door de volgende dag vanaf de Veleta direct af te dalen in zuidelijke richting naar Capileira.'s Avonds zitten we in alle kleding die we bij ons hebben buiten te eten. Het is niet bepaald warm en nadat we voldoende sneeuw gesmolten hebben en gegeten hebben, en de sokken en schoenen in de wind en zon enigszins gedroogd zijn, kruipen we lekker in de tent voor een kopje thee en een stukje chocola als toetje. Als we even later liggen te slapen horen we plotseling het geritsel van plastic zakken. Ik heb inderdaad de etenszakken onder de voorluifel laten liggen, onder de rugzakken weggestopt, want ik verwachtte geen beesten op 3200 meter hoogte in een kaal landschap van sneeuw en rots. Een vosje heeft onze etenszak opengescheurd en een overheerlijk Aldi worstje aangevreten. We verzamelen de nog te gebruiken etenswaren en leggen deze in de tent aan mijn voeteneind. Weer slapen. Even later weer geritsel. Hoe kan dat nou? Alle plastic zakken liggen binnen. Terwijl Roland buiten gaat kijken, schijn ik met mijn Peztl richting mijn voeteneind waar het geluid vandaan komt en zie ik tot mijn schrik de plastic zak bij mijn voeten bewegen. Ik geef er een ruk aan en de vos schiet weg. Het beest heeft gewoon een gat in de tent gebeten. Als we de spullen tussen ons in hebben gelegd, zit de vos even later bij Roland's voeteneind aan de tent te bijten. Hij is dus niet bepaald schuw. We leggen vervolgens alle geurende spullen, zoals het afval en de resterende worstjes, buiten. De puinhoop opruimen komt morgen wel weer. De rest van de nacht doen we geen oog dicht. Met de wandelstokken in de aanslag zitten we te wachten tot de volgende aanval van de sluwe vos. Eén keer verkoopt Roland hem een rake klap en horen we het beest piepen, maar hij blijft daarna wel hardnekkig rond de tent scharrelen. Als het een paar uur lang stil is geweest, probeer ik de slaap te vatten. Als de tent plotseling beweegt, schik ik overeind en gonst de adrenaline door mijn lijf. Het blijkt slechts een windvlaag te zijn. Ik kan uiteindelijk pas slapen als het weer licht wordt, met de geruststellende gedachte dat de vos een nachtdier is en ons niet meer zal lastig vallen.

Na een veel te korte nachtrust beginnen we aan de bijna 2000 meter afdalen. Eerst het bekende blokkenterrein en sneeuwveldjes, maar al snel nemen we afscheid van het kale terrein en lopen we over fleurige heide en langs bloeiende struikjes en bloemen. Roland ziet nog een grote zwarte slang vlak voor zijn voeten, waar hij gelukkig niet op is gaan staan, want het beest zou wel eens giftig kunnen zijn. Als we achterom kijken werpen we een laatste blik op de Alcazaba, de Mulhacen, de Veleta en alle andere besneeuwde ruige bergen. We zien nu pas hoe indrukwekkend de route was die we gisteren in een dag afgelegd hebben; de route ziet er niet alleen erg lang uit, maar ook heel erg steil als je er zo recht tegenaan kijkt. Als we achterom kijken zien we tevens de wolken razend snel veranderen. Even later slaat de bliksem zo ongeveer in op de plek waar we drie uur geleden nog in het zonnetje heel relaxt zaten te ontbijten. We zijn erg blij dat we nu niet over de geplande graad klauteren boven de 3000 meter. Hier in het dal is een verfrissend regenbuitje een welkome verkoeling en deert de onweer ons niet. Zo snel als de bui kwam, wordt het ook weer droog en zonnig. We zijn blij als we eindelijk een riviertje zien waar we ons kunnen verfrissen en lekker vers water kunnen drinken. De rivier heeft een heel steil en diep dal uitgesleten. Het is een prachtige omgeving om te wandelen. We komen tijdens het lopen tot de conclusie dat we de laatste bus naar Granada, die al om 18.15 uur uit Capileira vertrekt, makkelijk gaan halen. We durven deze hoop niet uit te spreken, want je weet hier maar nooit welke obstakels je nog tegen komt. We slaan vanaf de zandweg een paadje in naar het dorp, maar het ene paadje na het andere blijkt dood te lopen bij een huisje of te eindigen in een onbegaanbare dichtbegroeide helling. In Zwitserland was je wel honderd bordjes en markeringen tegen gekomen, als je in de buurt van zo'n toeristisch dorp bent in een mooie wandelomgeving. Uiteindelijk vinden we het goede pad en kunnen we nog snel een biertje drinken in het witte bergdorpje Capileira. We toosten op de goede afloop en blikken terug. 'Tjonge, wat een dag!' hebben we iedere dag verzucht. Maar het is nu juist het avontuurlijke wat deze trekking zo gaaf maakte.

Zoeken

 

Subnavigatie

ESAC
  • Musketon
    • Laatste Musk
    • Geindexeerd
      • Juni 2003
Deze Musketon:
2003/06/01
Redactioneel
Het reilen en zeilen van het 27e
MAESAC weekend
De enige ‘echte’ introganger
Batavierenrace 2003
De advo cursus
ESAC Enquête
IJsklim Materialen 2
MaasSAC Dies
Recept: hoe krijg ik mijn vriendin aan het klimmen
Tibet by Bike
Wandelen in de Spaanse Sierra Nevada
EHBO collage
Er wordt gezekerd dat ...
Beschikbare Musketons:
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
2003
Januari
April
Juni
Oktober
2005
Register:
Alpinisme en bergwandelen
Alpinisme
Wandelen
Wandelen Alpen
Wandelen Benelux
Wandelen buiten Europa
Wandelen overig Europa
Sportklimmen in rots en hal
Alpien sportklimmen
Boulderen
Sportklimmen
Sportklimmen Benelux
Sportklimmen Frankrijk
Sportklimmen indoor
Wintersporten
IJsklimmen
Skiën
Tourskiën
Divers
Blaatclubjes
Cultuur
De Pen
ESAC bestuur
Geblaat en gemekker
Handige tips
Humor
Natuur
Onbekende Rotsen
Opleiding
Overige sporten
Recepten
Redactioneel
Reisverhalen
Zekeringen

Zie ook:

  • Filmgalerie,
  • Forum,
  • Fotogalerie,
  • Musketon,
  • MusketOnline,
  • Nieuwsbrief,
  • Zekeringen
Neoliet
©'94-'12 ESAC
©'94-'12 ESAC